Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 


INTERVIEW JAN VAN DEN DOOL

Sport & Innovatie

Onze commandant, Jan van den Dool, volgt al een flink aantal maanden de opleiding Sport & Innovatie. Sowieso een interessante opleiding, die echter met het oog op de ontwikkelingen van het Professioneel Trainen 2020 nog belangwekkender lijkt te zijn.
De redactie heeft zich ook innovatief opgesteld: de onderstaande vragen zijn tot stand gekomen in een combinatie van redactieleden en correspondenten.

Het mogen volgen van deze opleiding is door het hogere echelon niet zonder slag of stoot goedgekeurd. Kun je schetsen hoe deze strijd in zijn werk is verlopen? Houdt deze studie verband met de koers, de lange termijn visie van de LO&Sportorganisatie?
Jan: “In eerste instantie had men wat moeite met de opleiding omdat ‘het rendement’ klein zou zijn. Ik rond in 2018 de opleiding af en zou tot 2017 C-LO&Sportorganisatie zijn.
Ik heb de opleiding echter gekozen omdat ik op het basis van het curriculum de overtuiging heb dat ik daarmee de LO&Sportorganisatie meer toekomstbestendig kan maken: Ondersteunen van de ontwikkelingen rond het Professioneel Trainen en de LO&Sportorganisatie meer innovatief maken. Hiervoor kan ik het geleerde al tijdens de opleiding toepassen en bovendien wilde ik als C-LO&Sportorganisatie graag verlengen tot 2019.
C-OTCo, zowel de vorige, Gen Geerts, als de huidige, Gen Smits, ondersteunden mijn visie en argumenten. Uiteindelijk is men daardoor akkoord gegaan, op voorwaarde dat ik zou verlengen tot 2019. Dat vond ik uiteraard geen probleem.”

Met Generaal Ron Smits (rechts) in Bad Reichenhall

Wat is (op hoofdlijnen) de inhoud van de opleiding? Hoe lang duurt de opleiding? Hoe sluit de professionaliseringsbehoefte van de LO&Sportorganisatie aan op de opleiding sport & innovatie?
Jan: “Het is een tweejarige masterstudie die opleidt voor innovatiemanagement in sport en bewegen. Tijdens de opleiding wordt het gehele innovatietraject doorlopen en alle benodigde theorie behandeld. Uiteraard ligt hierbij het accent op innovatie in de sport- en beweegsector. Tijdens de opleiding dien je ook zelf een innovatie te ontwikkelen en daarmee alle theorie in praktijk te brengen. Door de theorie steeds in praktijk te brengen bij de LO&Sportorganisatie, heeft de organisatie meteen al profijt van de opleiding.”

Hoe zijn de eerste tentamens verlopen en hoe zwaar/makkelijk vind je tot dusverre de stof?  Biedt de opleiding tot nu toe dat wat je er van verwachtte? Wat voor effecten geeft deze opleiding i.r.t. je dagelijkse werk?
Jan: “”De opleiding is zoals ik had gehoopt/verwacht. Ik krijg veel bruikbare kennis en probeer een aantal zaken meteen toe te passen. Zo hebben we o.a. tijdens het Periodiek Beraad met alle officieren gekeken naar de kenmerken van een innovatieve organisatie en hoe de LO&Sportorganisatie daarin staat. Dit traject zal binnenkort een vervolg krijgen waarbij ik nadrukkelijke ook de inbreng en ideeën zoek van Sgtn en middenkader van de LO&Sportgroepen.

De opleiding is een aanzienlijke belasting: het kost mij zo’n 20 uur per week. Ik heb de vrijdag beschikbaar voor studie maar alle werkzaamheden als C gaan gewoon door. Dat betekent dat ik weinig vrije tijd over hou en dat ik in bijv de kerstvakantie een aantal dagen aan de studie en aan het werk heb besteed om alles bij te trekken. Dat was ook hard nodig want daarna was januari een zeer hectische maand met een tentamen, twee werkstukken en een presentatie voor de opleiding (en voor het ‘gewone’ werk werden ook wat presentaties en opdrachten verwacht). Het is echter heel erg interessant en dat maakt de inspanningen weer wat gemakkelijker. Ik heb van de opdrachten nog geen resultaat terug gekregen maar het eerste tentamen was ruim voldoende.”

In dit tijdperk van digitalisering en steeds meer mogelijkheden om ook op afstand dingen te doen, merk je ook steeds meer dat veel mensen niet eens meer bellen, maar een appje sturen of een bericht op FB zetten.
Met de innovatie en het Professioneel Trainen op de drempel, is er toch ook wel een grote zorg: Hoe ga je borgen dat er met de komst van de digitalisering, de menselijke factor de juiste aandacht krijgt? Hoeveel ruimte krijg je als individu om je eigen invulling te geven aan trainingsschema’s?

Gesprekstechnieken en Vorming in Assen

Jan: “Ik denk, en dat is een visie die ik al had voor ik aan deze studie begon, dat de rol van de LO&Sportinstructeur inderdaad gaat veranderen, maar de menselijke factor blijft daarbij belangrijk. Ik voorzie de volgende taken voor de LO&Sportinstructeur van de toekomst (over vijf jaar?).

1.    Wij blijven de ‘ouderwetse’ LO&Sportinstructeur als het gaat over het aanleren en het verbeteren van vaardigheden. Wij zijn de specialisten die verstand hebben van de didactiek en methodiek van sport en bewegen en die een bewegingsanalyse kunnen maken om militairen beter te maken.

2.    Daarnaast blijven we alle lessen en trainingen geven in oefengebieden waar een speciale bevoegdheid voor benodigd is, zoals bv klimmen, mzv, zwemmen, etc.

3.    Verder blijven wij voorlopig nog heel belangrijk op het gebied van vorming. Ten eerste is sport en bewegen een prima middel om te vormen, zowel individuele- als teamvorming. Ten tweede beschikken LO&Sportinstructeurs over het algemeen over de juiste competenties voor vorming, zoals het beheersen van de juiste gesprekstechnieken en goede kennis van vormingsaspecten.

4.    Training hoeft niet door een LO&Sportinstructeur verzorgd te worden, dat kan ook een kaderlid of de militair zelf. Als we uitgaan van drie trainingsmomenten in de week, dan hebben we daar ook de tijd niet voor: wij hebben, als alle CLAS-militairen komen sporten, slechts capaciteit voor 1 LO-dubbeluur per week.

5.    Fysieke O&T wordt steeds meer maatwerk. Iedere militair beschikt in de visie 2020 over een eigen Fysiek Mentaal Opleidings & Trainings Plan (FMOTP). Dat kunnen we niet realiseren als we niet ondersteund worden door automatisering. In de (nabije) toekomst maken we, met behulp van software, op basis van metingen en testen een persoonlijk FMOTP. De LO&Sportinstructeur past dat eventueel nog aan op bijzonderheden, zoals een blessure/beperking of afwijkend oefenprogramma. Dat is ook een belangrijk aandeel van die persoonlijke factor.

Het FMOTP heeft een persoonlijk aspect

6.    Tot slot blijven we natuurlijk ook de recreatieve- en wedstrijdsport organiseren en begeleiden.

Als ik terug kijk naar de vraag, dan denk ik dat digitalisering ter ondersteuning onontkoombaar is, maar de persoonlijke touch blijft bestaan. De menselijke factor en creativiteit zijn enkele van de zeer sterke punten van de LO&Sportinstructeur.”

Hoe ziet volgens jou de LO&Sportinstructeur er over 10 jaar uit?
Jan: “Wat de rol van de LO&Sportinstructeur over tien jaar zal zijn? Dat is lastig in te schatten aangezien alle ontwikkelingen erg hard gaan. Ik denk dat we over tien jaar een Defensiebrede LO&Sportorganisatie zijn. Ik vermoed dat er dan nog meer uitwisseling met eenheden is en dat we meer functies buiten de LO&Sportorganisatie vervullen. Als we uitgaan van onze eigen kracht, niet alleen als LO&Sportinstructeur maar ook als algemeen instructeur en daarbuiten veelzijdig inzetbaar, dan blijven we een waarvolle eenheid voor Defensie. De LO&Sportorganisatie moet dan wel innovatief zijn en zorgen dat haar personeel blijft doorontwikkelen en de beschikking heeft over de meest recente kennis op het gebied van (fysieke en mentale) O&T.”

Welke kwaliteiten moet een organisatie hebben om innovatiekansen te onderkennen en benutten?
Jan: “Innovatie is een keuze. Je kunt als organisatie ervoor kiezen om wel of niet innovatief te zijn. Maar als je innovatief wilt zijn, dan zul je wel aan een aantal voorwaarden moeten voldoen. Tijdens het Periodiek Beraad, eind 2016, hebben we gekeken naar een aantal kenmerken van innovatieve organisaties en hoe de LO&Sportorganisatie staat op dat gebied. De aspecten waar we naar gekeken hebben, waren o.a. strategie, cultuur, innovatiebeleid, communicatie en samenwerking. De komende periode zullen we eraan gaan werken dat de LO&Sportorganisatie steeds meer kenmerken van een innovatieve organisatie krijgt. De jonge mensen in de organisatie zijn daarbij heel belangrijk. Zij zijn de mensen met de frisse ideeën en met de juiste kennis van en inzicht in de wensen en doelen van het overgrote deel van onze sporters.

Zijn de jongste sportinstructeurs ook ideeënrijk?

Je zult als organisatie dus ook moeten zorgen dat alle ideeën van je personeel gehoord worden. En dan bedoel ik niet alleen de LO&Sportinstructeurs maar ook de militairen bij de eenheden. We moeten zorgen dat we al die ideeën horen, kunnen beoordelen en de goede ideeën selecteren. (Zie onder, red.)

Tot slot ben ik een groot voorstander van ‘open innovatie’. Dat betekent dat je de samenwerking zoekt met anderen. Er zijn enorm veel ontwikkelingen in de sportwereld, technologisch, op het gebied van materiaal en op het trainingstechnische vlak. We kunnen dat als relatief kleine organisatie niet allemaal zelf bijhouden, beoordelen, invoeren, etc. Intern Defensie werken we al intensief samen met TGTF, maar we kunnen meer partners zoeken. Extern werken we voor het Professioneel Trainen nu samen met Technogym. Ik zie ook kansen bij NOC*NSF, universiteiten en hogescholen en innovatielabs (zoals op Papendal).”

Uit het verhaal "Tien bullets" wordt duidelijk op welke wijze wordt geïnoveerd als het gaat om de fysieke componenten van fit for action. Zijn er ook al aanzetten tot innovaties bij de trainingen gericht op mentale weerbaarheid, omgaan met stress en teamperformance?
Jan: “De mentale weerbaarheid en vorming zijn natuurlijk lastiger te controleren dan fysieke O&T. Toch krijgen we in de loop van de jaren wel steeds meer grip. Een aantal voorbeelden:

1.    Het onderzoek naar mentale weerbaarheid door TNO (2011-2015) heeft ons veel inzicht gegeven. Eind vorig jaar is o.l.v. TNO op de KMS een onderzoek naar coping bij jonge leiders afgesloten. De KMS-instructeurs hebben nog veel moeite om deze vaardigheden bij de leerlingen aan te leren. Als LO&Sportinstructeurs kunnen we daarbij echter ondersteunen.

2.    In deze context zijn de ontwikkelingen in Bad Reichenhall fantastisch om te zien. We doen daar niet alleen aan vorming van de militairen en eenheden, maar ondersteunen ook de kaderleden om goede evaluaties te houden. Dit programma wordt door de eenheden dan ook hoog gewaardeerd.

3.    Bij 11 LMB loopt, op aangeven van LO&Sportgroep en Fieldlab, op dit moment een programma waarbij er een doorlopende mentale leerlijn van 27 maanden wordt toegepast. Hierbij komen individuele- en groepsvorming aan bod en ook hier wordt er naar gestreefd om de kaderleden zelf de evaluaties te laten doen.

Ik hoop in de toekomst door samenwerking met andere partners, waaronder natuurlijk TNO, nog meer grip te krijgen op de mentale aspecten van O&T.”

Zaken zoals: hybride oorlogsvoering, terrorisme, cyberwar, digitalisering, automatisering en robotisering, etc. leiden tot voortdurende aanpassingen en innovaties binnen krijgsmachten, op het gebied van doctrines, personeel, organisatie en materieel. Hoe zorgt de LO&Sportorganisatie ervoor dat ze bij voor haar relevante zaken (tijdig) wordt betrokken?
Jan: “De al eerder genoemde samenwerking, in dit geval binnen Defensie, moet dat waarborgen. Daarbij moeten we zorgen dat we als LO&Sportpersoneel het juiste netwerk hebben. Hierbij kan iedere LO&Sporter een rol spelen. Eén van onze sterke punten is dat we bij iedere eenheid zitten, op ieder niveau en met iedereen kunnen praten. Vervolgens moeten we, zoals hierboven, al eerder benoemd, zorgen dat we alle ideeën horen. Ieder idee, hoe onwaarschijnlijk of onhaalbaar het ook lijkt, dient vervolgens serieus bekeken en gewogen te worden. Dat is de juiste basis voor echte innovatie.”

Publicatiedatum: 16 maart 2017

Naschrift redactie: Op 22 maart lanceerden we op deze website een voor Jan broodnodige Ideeënbus voor Innovatieve Ideeën.