Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 


BESTE BRABANDER VAN DE WERELD
Door: Luuk Nissen

Vorige week hielden we voorafgaand aan zijn deelname aan het WK Masters Cyclocross een interview met Luuk Nissen, waarin zijn laatste woorden een belofte voor een wedstrijdverslag waren. Onderstaand een verslag van de wedstrijd van zaterdag 03 december in het (hoe kan het ook anders) Belgische plaatsje Mol, waar de profs de zondag daarop op hetzelfde parcours een wedstrijd reden.

Voorbereiding
Mijn voorbereidingsweken (voorafgaand aan het WK) zien er eigenlijk vrijwel hetzelfde uit. Kijk, het veldritseizoen duurt voor mij dit jaar 17 aaneengesloten weken. Meestal rijd ik alleen een cross op zondag, maar 5 á 6 keer in dit seizoen is er een dubbel weekend met ook nog een cross op zaterdag. Trainingstechnisch gezien is het natuurlijk onmogelijk om 17 weken lang in topvorm te zijn. Samen met mijn trainer probeer ik een staat van 'continu goed zijn' te bereiken, waarbij er in die hele cyclus 2 duidelijke piekmomenten liggen. Het klinkt misschien gek, maar dit WK was geen piek voor mij. Aan het begin van het seizoen was het voor mij niet zeker of ik deze kon rijden. De crossen waar ik persé goed wilde zijn, waren de cross in Helmond (die ik in oktober ook gewonnen heb) en het NK dat in januari gehouden gaat worden. Het is gewoon een kwestie van heel veel contact met de trainer en afstemmen. Goed luisteren naar het lichaam na een koers en de trainingen en daar het plan op aanpassen. In de weken voorafgaand aan de 'piek', worden er specifieke accenten gelegd naar die cross. Dat zit 'm vooral in het soort parcours wat je daar gaat aantreffen. Is er veel zand? Is er hoogteverschil? Zitten er lange rechte stukken in? Wordt het een moddercross? Dat soort zaken. Je kunt je daar voor een groot deel op voorbereiden in je trainingen en parcoursverkenning.

 

Parcoursverkenning
Ik heb de ronde vooraf een 3-tal keer gereden. De eerste ronde rijd ik altijd heel rustig en probeer ik elk detail in me op te nemen. De ronde daarna ga ik meestal de 'snacks' een paar keer doen. Een lastige passage, zoals een zandheuvel of een bepaalde bocht, neem ik dan gewoon een paar keer, om te kijken wat de beste lijn is. En de laatste ronde doe ik op wedstrijdtempo. Een bocht met volle snelheid is vaak toch andere koek dan wanneer je alle rust en tijd hebt. Wat dit WK zo gaaf maakt, is het feit dat de profs op zondag hetzelfde parcours rijden in de Zilvermeercross. Bijkomstig voordeel hiervan is dat Youtube vol staat met de complete wedstrijd en samenvattingen van voorgaande jaren. Ik heb dus vooraf ook wat 'studie gepleegd' op internet. Ik zou zeggen: "zoek 'm maar eens op!" Dan heb je meteen beeld en geluid. De cross in Mol staat bekend om zijn mulzand stroken. Verder zitten er achterop het parcours een aantal zeer lastige technische passages (zie bovenstaande foto van Mirte Klerkx Sport Photography). Hier moet je je echt goed concentreren, anders sta je te voet.

De wedstrijd
Ik had geluk met de loting. Van de 55 starters, mocht ik als 15e oplopen, waardoor ik op de 2e startrij stond. Mijn start was op zijn minst enthousiast te noemen. Ik zat 'op de fluit' in mijn pedalen en wist me goed te positioneren voor de eerste bocht. Uiteindelijk draaide ik als 5e de eerste zandstrook op, waar veel publiek stond dat luidruchtig van zich lieten horen met koebellen en al. Ik merkte wel gelijk dat het niveau erg hoog lag ten opzichte van de crossen die ik tot nu toe verreden heb. Normaal gesproken heb ik na de onvermijdelijke 'knalstart' altijd een moment van rust. Al zijn het maar een paar seconden in een bocht of afdaling om op adem te komen. Nou, dat moment is er zaterdag nooit gekomen... Het was continu 'erop' om het zo maar te zeggen. 

In het technische gedeelte waar ik zojuist over vertelde, gebeurden toen wat valpartijen en wat duw- en trekwerk. Hier verloor ik behoorlijk wat plaatsen, waardoor ik de eerste ronde als 15e doorkwam. Vervolgens zaten we met een groepje van 3 constant van positie te wisselen, waarvan ik op het laatst aan het langste eind trok en als 14e wist te finishen. 

 

Na afloop
Blij dat het klaar was, haha! Nee, het was echt een loodzware ronde met heel veel loopstroken waar de fiets op de schouder moest. Ontzettend leuk was de sportiviteit tussen de renners onderling. In de koers was het hard-tegen-hard, maar na afloop gaf iedereen elkaar een high-five. Dat was mooi, respect voor elkaar en elkaars prestaties. 

Over mijn 14e plek ben ik niet tevreden en niet ontevreden, vooraf had ik stiekem gehoopt op een top 10 plek. Maar goed, dat is misschien iets voor volgend jaar! De ervaring is me in ieder geval veel waard. Het is super om fit te zijn en op deze manier met je sport bezig te kunnen en mogen zijn. Dit zijn de wedstrijden waar ik later met trots over kan vertellen aan m'n kinderen. 

The day after
Ik had niet echt de tijd om me goed of slecht te voelen, want op zondag zat er alweer een startnummer op mijn rug. Dit keer voor de veldritcompetitie die ik rijd in Limburg en Brabant. In Landgraaf heb ik tijdens het inrijden spieren gevoeld, waarvan ik niet eens wist dat ik ze had. Maar gelukkig heb ik daar in de race zelf weinig last van ondervonden. Ik moest en zou deze winnen, om mijn mechanieker een hart onder de riem te steken. Eigenlijk zou hij op het WK van de dag ervoor in de materiaalpost hebben gestaan voor me. Maar in plaats daarvan had hij de uitvaart van zijn moeder. Zo'n gebeurtenis maakt alles natuurlijk heel relatief en plaatst mijn 'hobby' cyclocrossen ook gelijk in het juiste perspectief. Het was voor mij wel een drive om in minimaal 1 van de 2 wedstrijden de bloemen mee te nemen voor haar. Gelukkig lukte dat op de zondag en ben ik na de winst gelijk doorgereden om het boeket af te geven. Wat dat betreft kan ik wel afsluiten met een van de mooiste eigenschappen van deze sport, wat niet altijd gezien wordt. En dat is dat je het in deze sport niet alleen kunt doen. De renners hebben het podium, maar er staat altijd een team achter. Winnen en verliezen doe je samen!

Publicatiedatum: 09 december 2016