Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 


MQ SCHOOLTEST INNOVATIEF
Door: Wil Maaswinkel & Jan Kasper

Een motorische test die begint met tijgeren, uit grondvormen van bewegen bestaat maar waarin ook het passen en stoppen van een bal zit. Dat maakt nieuwsgierig. Het gaat om de Motorische Quotiënt (MQ) schooltest. Een test op een Athletic Skills bewegingsbaan. Een test ontwikkelt om de motorische kwaliteit van kinderen te meten.

Tijgeren, grondvormen van bewegen, passen en stoppen en Athletic Skills: dan kom je uit bij Jan Kasper. Jan is oud LO&Sportofficier en chef d'équipe van Oranje onder 19 (dat zich eind maart (wel) plaatste voor het Europees kampioenschap!). Jan is ook de promotor van het Athletic Skills Model en ook nog correspondent van onze website. Hij is enthousiast over deze innovatieve motorische test. Reden om Jan Kasper een aantal vragen te stellen!

1.Waarom is de MQ Schooltest ontwikkeld. Waaruit bestaat de test? Hoe is die keuze tot stand gekomen? Wat voor informatie levert de test op? Wat kan het kind, de ouders en de school er mee?

De motorische vaardigheid van kinderen gaat decennia lang achteruitgaat. Dit is zorgwekkend gezien het verband tussen motorische vaardigheden, een actieve leefstijl en andere gezondheidsindicatoren. Om zicht te krijgen op de ontwikkeling van de motorische vaardigheid van kinderen is er behoefte aan een valide en betrouwbaar meetinstrument dat in de gymles gebruikt kan worden. ASM heeft met de HHS (Haagse HogeSchool) vanaf 2013-2014 samengewerkt aan de ontwikkeling en evaluatie van een praktisch toepasbare motoriektest: het Athletic Skills (AS)-beweegparcours, ook wel de Motorische Quotiënt School Test (MQST) genoemd.

Met MQST kan de motorische vaardigheid van kinderen van 4-12 jaar op eenvoudige wijze gemeten worden in de reguliere gymles.
Het parcours is gebaseerd op het gedachtegoed van het Athletic Skills Model.

In 2013 zijn partijen gestart met het AS-beweegparcours-project.
Het doel van het project is om het MQST beweegparcours verder door te ontwikkelen en te valideren en data over de motorische vaardigheid van kinderen te verzamelen.

2.Meestal wordt de beginsituatie vastgesteld door het meten van basis motorische eigenschappen (snelheid, kracht, uithoudingsvermogen, lenigheid en motoriek) waarom is daar niet voor gekozen?

Het project resulteert in een praktisch toepasbaar, valide en betrouwbaar meetinstrument (inclusief protocollen, registratiesysteem, ouderrapportage en handboek). Het wordt door docenten LO ingezet om de motorische vaardigheid van kinderen van 4-12 jaar te monitoren. Snelheid kracht en uithoudingsvermogen voor die leeftijd worden niet separaat gemeten maar vormen een integraal onderdeel van de score op de test.

3.Waarom is er naast (zuivere) grondvormen van bewegen ook gekozen voor de vaardigheden werpen en vangen en passen en stoppen?

Werpen en vangen behoren in het ASM tot de Basic Movement Skills (BSM), de grondvormen van bewegen in het ASM. Het AS-beweegparcours ziet er als volgt uit:

4.De test richt zich op de leeftijden 4 t/m 12 jaar. Zijn er plannen testen te ontwikkelen voor andere leeftijden? Is er nog overwogen de geboortemaand en het ASM groeimodel te betrekken bij de MQ test? Aangenomen wordt dat het IQ niet door training veranderd. Het MQ verandert wel (neem Ik aan)door training en veel bewegen en als je ouder wordt. Heeft het onderzoek hierover al informatie opgeleverd?

Met de collega`s van de ALO in Amsterdam is in 2016 de test ontwikkeld als toelatingstest voor de ALO opleiding en blijkt een betrouwbaar meetinstrument te zijn.

Er is niet overwogen om het subjectieve geboortemaand moment te betrekken bij de MQ test omdat die momentopname weinig zegt over het talent en de mogelijkheden in de toekomst. Hier zijn de begrippen whispering talents en shouting talents van toepassing.

Er is nog geen gevalideerd onderzoek over de mogelijke verandering van de MQ test gedurende de puberteit en de adolescentie. Bij de ALO test is wel gebleken dat de aangepaste MQ test op kracht snelheid en uithoudingsvermogen en motoriek wel een goed beeld gaf van de fysieke mogelijkheden van de kandidaten voor de ALO opleiding.

Stoppen en passen


5.Hoe worden de metingen geregistreerd en geïnterpreteerd? Welke verdere ontwikkelingen kunnen we verwachten? Welke wensen hebben de ontwikkelaars en wanneer zijn ze tevreden?

Voor de verdere onderzoeksfase ligt de hoofdverantwoordelijkheid bij de HHS in samenspraak met de Vrije Universiteit en ASM. Verschillende activiteiten en deelonderzoeken zijn te onderscheiden:

De nadruk zal geleidelijk steeds meer komen te liggen op de implementatie van de MQST in de beroepspraktijk van de lichamelijke opvoeding Protocol MQST.

Registratiesysteem voor docenten LO;
•     
Geautomatiseerde kind-, ouder-, en schoolrapportage;
•     
Workshops gericht op het trainen van docenten LO en andere eindgebruikers;
•    
Handboek rondom het AS-beweegparcours.

Publicatiedatum: 26 april 2017