Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 

TOURSPEL OP DE ALP D'HUEZ

Door Paul Lindeboom

Bovenopp de Alp d

Dit jaar staat in de Tour de France, sinds 2015, gelukkig de beklimming van de Alp d’Huez weer ingetekend. Bijna vanzelfsprekend als slotklim, dus smullen geblazen vanwege de onafwendbare strijd tussen de klassementsrenners en sprokkelaars van punten voor de bollentrui. Vanwege deze beklimming ga ik in mijn herinnering terug naar het jaar 2010.

Ik zou dat jaar deelnemen aan La Marmotte,
een 175 km lange ‘cyclosportive’ – vrij vertaald een fietswedstrijd voor recreanten waarbij je (afhankelijk van een percentage van de eindtijd van de winnaar) een gouden, zilveren of bronzen medaille kunt winnen. La marmotte voert de fanatieke fietsers over een viertal flinke Alpencols, bijna allemaal van de hors catégorie (HC) met een totaal van 5000 hoogtemeters. Na zo’n 160km koers doemt dan ‘onze Nederlandse Alp’ op voor de laatste 1080 hoogtemeters. Helaas, maar naar later zou blijken gelukkig, had ik een ontsteking in twee rechtervingers en kon ik met name in afdalingen nauwelijks remmen. Mijn reeds verkregen startbewijs gaf ik als verjaardagscadeau aan een trainingsmaat, maar die week fietsvakantie liet ik mij niet ook nog eens afnemen dus gezellig mee naar camping le Chateau in Rochetaillée, dat op ca. 7 km van Le-Bourg-d’Oisans, de voet van de Alp d’Huez, ligt.

Rugtas op de Glandon
Eerste leuke herinnering was de dinsdagse verkenning van
de col du Glandon,een 20km klim met 1200hm vanaf het mooie stuwmeer Barrage du Verney. Een heerlijke klim omdat er tussentijds ook een paar korte daalmomenten zijn en de spanning eventjes van de nog stramme Hollandse tegenwindspieren af kan. Ik ben al een goed half uur onderweg en geniet van de uitzichten en de lekkere temperatuur. Ik zit lekker in mijn ritme en haal zo af en toe wat andere renners in. Het is al druk met trainende Marmotten, die deze laatste dagen voor de start gedoseerd klimmen. Ik mag wel lekker gas geven en mede daardoor nader ik voor mij een fietser die sterk opvalt. Niet door een slechte traptechniek, opzichtige kleding of slingerende fiets maar door een behoorlijke grote, en waarschijnlijk ook zware, rugtas. Zonder dat lel achterop wordt mijn eigen rug ook al voelbaar vochtig, die gast moet welhaast drijfnat zijn.
Terwijl ik hem langzaam nader, voel ik al iets van herkenbaarheid. Lastig om uit leggen, maar soms kun je dat zo hebben. En als ik vlak naast hem rijd, hoor ik ook een herkenbare stem zonder dat er direct een naam op de geluidsgolven meetrilt. En zelfs nu ik pal naast hem fiets, weet ik nog steeds niet waar ik deze fietser mogelijk van ken. Ook best lastig: helm en zonnebril op en een flinke grijze baard. En een markante stem, die ook ineens mij aanspreekt: “hé Paul, jij ook hier?? Toch wel grappig om vlak na zijn FLO hier op deze Franse beklimming Gert Borneman te treffen, van wie ik wel zijn adoratie voor bergen kende maar niet eens wist dat hij een racefiets had. In het korte maar leuke gesprek dat we even hebben, leer ik dat Gert al meerdere bergtochten ondernomen heeft en nooit, maar dan ook nooit, op pad gaat zonder flinke uitrusting voor het geval het weer omslaat. “Maar Gert, zaterdag ga je toch niet zo’n loodzware tocht fietsen met zo’n joekel van een tas op je rug?” Vier dagen later zie ik inderdaad dat Gert echt nooit zonder rugtas de bergen op gaat…..


Klimtijdrit
La marmotte is zeer populair onder Nederlandse fietsers. Zo vreemd is het dus niet dat er ook nog leden van de toerclub uit mijn dorp op een camping 20km verderop aanwezig zijn. En op een RCN camping vlak om de hoek ook de toenmalige Bernhardkazerne-fysiotherapeut Edward Nuyten verblijft. En een paar RCN-paden verderop ook Jan Joosen zijn bivak heeft. Bij toeval ben ik de verbindende factor tussen deze 8 a 9 mannen en spreken we bij de rotonde in Bourg d’Oisans af voor een klimtijdrit. Iedere zichzelf respecterende sportman moet tenslotte kunnen vertellen hoe lang hij er over deed om de top van deze Alp te bereiken. De berg die in mening Tour de France editie zo tot de verbeelding is gaan spreken door vele successen van Nederlandse profrenners. Ook binnen mijn vereniging gonst het van de klinkende tijden, en omdat ik zaterdag gewoon foto’s ga maken, kan ik vandaag (woensdag) volle bak omhoog gaan.

Zwaar op Alp d

Nou, dat valt in die eerste vijf bochten dus vies tegen. Ik had verwacht (lees: gehoopt) dat ik in het begin nog op mijn middenblad kon klimmen en pas na langere vermoeidheid mijn lichtste verzetten zou moeten aanspreken. Of het door mijn relatief zware gewicht van 82 kilo kwam, of door mijn fysieke problemen in de maanden daarvoor, of door een nare puist onder mijn rechterbal (waar ik tijdens het klimmen totaal geen last van had, maar toch zinvol om hier op te sommen): ik schakel al na de eerste of tweede bocht naar mijn kleinste voorblad. En al voor de helft van de klim moet ik mijn granny gear aanspreken, die ik juist had willen bewaren voor het uiterste noodgeval. En omdat het verkeer ook nog eens flink omhoog en naar beneden raast, het lijkt wel een snelweg, gaat de Alp d’Huez bij mij deze week de boeken in als de lelijkste beklimming van alle vele cols uit de nabije omgeving. En mijn tijd van 1 uur en 5 minuten – voor de insiders: bij het tunneltje, dus niet bij de ruim een kilometer verder gelegen formele Tourfinish – is behoorlijk langzamer dan van mijn beste vriend, dat moet ik de komende jaren thuis dus nog vaak aanhoren. De rest van de dag ben ik afgepeigerd en lig ik ’s avonds, ondanks Nederland-Brazilië op tv (WK Voetbal) half voor pampus in het ploeterbadje.

Oh moeder, wat is het heet
Het is op de dag van de wedstrijd 34 graden. Die temperatuur zal ik niet gauw meer vergeten want menig deelnemer kermt het uit als hij mij passeert. Voor de goede orde: ik sta dus al een paar uur in de schaduw en heb het zelfs dan ook behoorlijk heet. Maar wel met een gave ervaring in dat deel van mijn hersencellen waar speciale sportieve herinneringen opgeslagen worden en niet aangetast kunnen worden door Alzheimer.

’s Ochtends na de start heb ik in mijn eentje een vreselijk mooie klim gedaan naar
de Col du Sabot. Erbarmelijk slecht wegdek, maar zo’n fantastisch mooie omgeving en uitzicht dat je er een hutje zou willen bouwen. Geen mens te zien hier, slechts geiten. Oh wacht, daar in de bocht. Verrek, er is nog 1 fietser die niet aan de Marmotte deelneemt. Ik nader hem snel, en raak ik een zeer leuk, lastig Engels gesprek met deze Italiaan. Een wereldfietser, Carlo Centanni, dus bepakt en bezakt en met een schattig ouderwets pomptoetertje op zijn stuur. Het is niet zo vreemd dat het slechte asfalt overgaat in een heus geitenpad, vol met grind en keutels, want zoals gesteld had ik al veel geiten gezien. Wel vreemd dat het desondanks zo’n fantastische klim blijft en twee elkaar nauwelijks verstaande fietsers een lichte vorm van vriendschap voor een uurtje sluiten. We zagen het al op de OS met Zuid- en Noord-Korea dus ach, zo vreemd is het niet dat een Nederlander en een Italiaan binnen 2 minuten klikken met elkaar. Sportmannen zijn bijzonder.

Samen met Carlo Centanni


De mannen in hun laatste vijf klimkilometers van La Marmotte denken heel anders over het beklimmen van een berg onder zonnige temperaturen. Ik zie lege blikken, kletsnatte koppen van het zweet, wit gezoute fietsbroeken met nog vaag aanwezige originele zwarte plekken en wandelaars die hun fiets voortduwen en omhoog kijken met een blik van ‘dat ga ik nooit halen’. Maar ook Jan en Gert die mijn LO&Sporthart van trots doet kloppen, want nog een behoorlijk soepele tred. En andere behoorlijk goed getrainde fietsers. Maar het gevoel dat dit een pleurisberg is aan het eind van een zware bergrit, dat overheerste toch wel die dag. En was ik af en toe blij dat ik niet mee kon doen en raakte ik mijn katterige gevoel een heel klein beetje kwijt.

Bocht 7, de Nederlandse bocht, oranje gekkenhuis

Maar sinds die dag kijk in met hele andere ogen naar een etappe in de Tour met de Alp d’Huez als slotklim. (En zeker naar het bijna-carnaval in bocht 7, de Hollandse bocht.) Want het ziet er dan wel makkelijk uit, en ze kunnen dan wel demarreren waar wij stervelingen slechts in 1 tempo omhoog kunnen, op donderdag 19 juli is er maar 1 winnaar en zal de rest ook stellen dat het een pleurisberg is. Maar als ik die ene winnaar tussen mijn 12 renners in het LO&Sport-Tourspel heb opgesteld, dan is het bij nader inzien een fantastische klim. En voelt het die dag zo mogelijk nog zonniger als jij die winnaar niet blijkt te hebben opgesteld omdat jij andere kopmannen van een betere vorm verdacht. Of voor meer sprinters koos. Of voor tijdrijders die na hun winst meerdere dagen in het geel konden rondrijden. Of voor die kasseienkoning. Of………

Publicatiedatum: 02 juli 2018

Naschrift op 05 juli: inmiddels hebben we een record aantal deelnemers aan ons LO&Sport Tourspel. Bijzonder heuglijk omdat er meer oudgedienden hebben aangemeld, en er ook een aantal nieuwe sportgroepen (de EVN (Roosendaal) en de GHK (Schaarsbergen) toegetreden zijn. Mocht je toch ook nog willen deelnemen, klik dan hier om je aan te melden op onze eigen afgeschermde tourspelwebsite en probeer (individueel) zo'n mooi actie-aquarel van Jos Antens te winnen of (met je eenheid) de Wisselbokaal.