Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 


EVALUATIE NA 1 JAAR OFFICIER
Door: Paul Lindeboom


Onze twee aanstaande officieren Jeroen Hartog en Jasper Schout (die momenteel de VTO-NLDA (Vak Technische Opleiding) aan het afronden zijn bij de LOSS) gaan richting het einde van hun opleiding en n.a.v. het snel naderende begin van de startfunctie werd aan Léonie van Lamsweerde en Dennis Gorree, die er nu bijna 1 jaar als beginnend officier en C-LO&Sportgroep op hebben zitten, een drietal vragen gesteld waar de toekomstige officieren mogelijk hun voordeel mee kunnen doen.

Vraag 1: Is jullie eerste functietermijn geworden wat je er vooraf van had voorgesteld?
Léonie: “Nee, wegens de personele perikelen ben ik vooral bezig geweest met p-zaken. Personeel is het belangrijkste wat er is, zonder hen is er geen product. Ik had in eerste instantie niet gedacht dat dit zoveel tijd in beslag ging nemen, echter vind ik het wel leuk om hiermee bezig te zijn. Nadeel is soms dat bepaalde processen op de achtergrond komen te liggen. In ons geval bijvoorbeeld de invulling van de FMOTP’s (Fysiek en Mentaal Opleidings&Trainings Plan, red.).”

Dennis: “Voor aanvang van mijn eerste functie als Commandant LO&Sportgroep had ik slechts, blijkt nu, een globaal en beperkt beeld van wat de functie in zou houden. Na bijna een jaar op functie te zitten, kan ik nu zeggen dat de paar verwachtingen die ik had wel enigszins klopten, maar het totaalbeeld verre van compleet was. Ik kom dagelijks nog steeds nieuwe dingen tegen in mijn werkzaamheden, dus inhoudelijk heeft de functie veel meer om handen dan ik vooraf wist.

Het is best lastig om vanuit de werkervaring als Sgt1 een voorstelling te maken van de diverse taken en processen in de bedrijfsvoering.
Ondanks het grote verschil in de aard van de werkzaamheden tussen mijn vorige functies en mijn huidige rol als commandant, ben ik er qua voldoening zeker niet op achteruit gegaan. Net als in mijn vorige functies kom ik nog steeds altijd met veel zin en ‘motivatie hoog’ naar de LO&Sportgroep.”

Vraag 2: Heeft de VTO-NLDA opleiding naadloos aangesloten op de functie als startend Cdt-LO&Sportgroep? Zo nee, wat zou er mogelijk beter gekund hebben? Zo ja, wat vond je het grootste winstpunt uit de opleiding?
Léonie: “Nee, ik heb vooral de praktische zaken gemist. Er word gezegd ‘dat leer je op de werkvloer’, maar je zit dan in een enorme sneltrein en daar is soms geen tijd voor. Simpel voorbeeld: ik heb bruine vlakjes in mijn scherm, wat betekenen die? Hoe meld ik iemand ziek, wat is mijn taak tijdens een re-integratie proces? Hoe werkt het realiseren in GOAL?
Grootste winstpunt = 7S model, het PVB (Het 7S model van McKinsey leent zich uitermate goed voor het achterhalen van Sterktes en Zwaktes in de onderneming, red.). Je kan heel goed achterhalen waar de kansen en bedreigingen liggen voor je werkplek. Je kan daar al meteen op inspelen als je geplaatst bent op functie. Voor de parate sportgroep is de informatie over het gereedstellingsproces ook wel heel handig!”

Dennis: “Gekeken naar de VTO KMA LO&Sport heeft de inhoud van de opleiding weinig raakvlakken met de praktische handelingen en taken die ik dagelijks uitvoer. Dan heb ik het over het uitvoeren van handelingen, waarbij je kennis en vaardigheden nodig hebt van systemen op ‘de toverdoos’.
Denk hierbij aan afhandelen van zaken uit bijvoorbeeld Peoplesoft (verlof, dienstreizen, declaraties, opleidingen, ziekmeldingen, aanmaken functioneringsgesprekken, rapportages, etc), maar ook (P&O)regelgeving.

In het begin van je nieuwe functie lijkt het daardoor dat het niet echt aansluit, maar dit blijkt in de praktijk toch zeker wel het geval te zijn.
De VTO richtte zich meer op de wijze waarop jij als persoon (o.a. gekeken vanuit de IJsberg) in de rol van commandant processen beïnvloedt, keuzes maakt en beslissingen neemt: je eigen waarden en normen versus hetgeen wat van je verwacht wordt in jouw rol. Dit heeft vooral te maken met het goed in kunnen schatten en het beoordelen wat hoofd- en bijzaken zijn, welke gewenste effecten je wilt bereiken en onder welke voorwaarden je dit wilt realiseren en wat hierin de prioriteit heeft.
Daarbij was het belangrijk vooraf goed na te denken over de criteria (kwaliteitseisen) die aangeven en bepalen, wanneer je eindresultaat daadwerkelijk het gewenste effect heeft.
Zo abstract en ‘wollig’ als het hierboven omschreven staat, zo heb ik het zo nu en dan ook ervaren in de opleiding. Tijdens de opleiding was ik dan ook vaak bij de cursusleiders op zoek naar duidelijkheid (‘zeg nou gewoon wat je wilt/waar je heen wilt’).

Maar doordat je in deze abstractheid zelf leert vertalen en analyseren wat je opdracht is en wat het daarbij horende gewenste effect is, heb ik veel beter keuzes leren maken en geleerd vooraf in te schatten wat mogelijke gevolgen van bepaalde keuzes kunnen zijn. Dit proces en deze ontwikkelde ‘vaardigheid’ sluit in mijn beleving zeker aan bij de functie van C-LO&Sportgroep.

Als het gaat om beïnvloeden van processen en/of collega’s komt het (tot nu toe) weinig voor dat je twee of meer duidelijke keuzes gepresenteerd krijgt die je een bepaalde richting op leiden. Dit zal je zelf moeten ontdekken, als je startende commandant bent.

De grootste winst en het grootste pluspunt in de opleiding vind ik de manier waarop je feedback krijgt en gestuurd wordt. Zowel door de cursusleiders als de verschillende collega’s die aanwezig zijn tijdens de presentaties van de opdrachten (andere commandanten LO&Sportgroep, regio commandanten en collega’s van BOTO (Bureau Opleidings- en Trainings Ontwikkeling) en ECEN (Expertise Centrum, voorheen Kenniscentrum).
De focus ligt bij het coachen op jou als persoon, waarbij zij letten op hoe jij als persoon bent en vanuit daar met de rol van commandant om kunt gaan. Er wordt dus niet geprobeerd om jouw persoonlijkheid aan te passen naar een ideaalplaatje of geprobeerd je in hokje te duwen, dat past bij hun voorstelling van een commandant LO&Sportgroep.”


Vraag 3: Welke tip(s) zou je jouw opvolger willen meegeven?
Léonie: “Stel voor jezelf prioriteiten en maak deze bekend aan je team. Vind ik ontwikkelen medewerker belangrijk, wanneer creëer ik dan tijd om hier aan te werken? Welke eenheid heeft de prio en waarom? Hoe belangrijk vind ik het FMOTP? Ga ik voor kwaliteit of kwantiteit, want het is niet altijd haalbaar. Hoe ga ik richting de toekomst, professioneel trainen?”

Dennis: “Hetgeen wat ik mijn opvolgers mee zou willen geven is het volgende:

Laat je adviseren en maak gebruik van de expertise van de mensen op de sportgroep;
-
Geef vertrouwen aan iedereen in je team: geef ze duidelijke richting en verantwoordelijkheden (het ‘wat’) maar laat ze zelf aan de slag gaan met het ‘hoe’ en vertrouw op een goed resultaat, gaat hen lukken.;
Waak voor de waan van de dag; plan meermaals per week momenten in om ‘uit te zoomen’ en te kijken naar de mensen op de sportgroep en naar de processen waar zij zich in bevinden.”

Publicatiedatum: 10 november 2016