Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 

 

Periode 1999-2002 
C-LO/Sportorganisatie, kolonel Peter Rommelse
volgt Wil Maaswinkel op 

 

In de afgelopen jaren is er veel veranderd in de KL en in de LO/Sportorganisatie. Dat is uitgebreid toegelicht. Na reorganiseren, onzekerheden en opbouwen volgt een periode van inrichten en optimaliseren. Er is sprake van “wind in de rug” in plaats van tegenwind.

Hoogtepunt is het 25 jarig bestaan van de LO/Sportorganisatie in 2001.

Dat wordt gevierd met een grootschalig symposium over Vorming en, een dag erna, een reünie voor medewerkers. Over die 25 jaar is het boek samengesteld “de geschiedenis van de Lichamelijke Oefening en Sport in de KL”.

Dieptepunt is het overlijden van smi Arno Budel na een tragisch ongeval tijdens een oefening. Dit heeft een grote impact op personeel en organisatie. Er is op een bijzondere wijze door zeer velen uit de organisatie afscheid van hem genomen en jaarlijks vindt een herdenking plaats.

Kolonel Peter Rommelse is in die periode de commandant. De LO/Sportorganisatie is - in personeelsopzicht - een vrijwel gesloten organisatie. Het voordeel hiervan is dat specifieke kennis en ervaring steeds verder kan worden opgebouwd, in praktisch alle functies die worden vervuld. Als commandant ben je C-LO/Sportgroep geweest, C van een rayon en regio en heb je de belangrijkste functies op de staf vervuld. Je zit bij wijze van spreken aan een tafel en wisselt om de paar jaar van plaats aan diezelfde tafel. Je hebt een bijdrage geleverd in de jaren van reorganisaties en veranderingen en mag daar dan in een latere functie de vruchten van plukken. Dat heeft hij benadrukt bij zijn aantreden. Hij is een teamspeler, meer een coach dan een trainer. Als commandant heeft hij uitstekende medespelers om zich heen, lkol Rob Zimmermann op Bedrijfsplannen en lkol Nico Spreij als hoofd Kenniscentrum. En als naaste medewerkers secretaresse Cato Zegel en de eerste stafadjudant John Labes.

Uitzendingen zijn het speerpunt in de Krijgsmacht geworden. Eenheden worden uitgezonden en met hen LO/Sportpersoneel. Zo mogelijk van de LO/Sportgroep van die eenheid. Het opwerkprogramma, de uitzending en de periode erna vormen dan een geheel. Ook wordt LO/Sportpersoneel te werk gesteld bij staven of samengestelde eenheden op uitzending. Met name LO/Sportofficieren worden uitgezonden als waarnemer of in algemeen functies. Om een evenwichtige vulling van uitzendfuncties voor LO/Sportpersoneel te verkrijgen wordt een uitzendbeleid opgesteld. Iedere militair moet uitzendbaar zijn. Heb je daartegen bezwaar, dan moet je de dienst verlaten. Het beleid zorgt voor een zo goed mogelijke spreiding over de organisatie. Er is een netwerk opgebouwd rond degene die is uitgezonden en het thuisfront. Een buddy, de stafadjudant, de eigen LO/Sportgroep en niet te vergeten Cato Zegel, vervullen hierbij een belangrijke rol.

De organisatiestructuur, de functies en de functie eisen zijn aan het begin van deze periode vastgesteld. Het personeel kan solliciteren naar functies, de LO/Sportorganisatie kan zelf selecteren, op grond waarvan functies worden toegewezen. Na minimaal drie en maximaal vijf jaar op functie moet een ieder weer solliciteren naar vrijkomende functies. Daarbij wordt constant gestreefd naar een goede balans tussen het organisatiebelang en het belang van het individu. Dat is in een relatief kleine organisatie, met een grote geografische spreiding, best lastig. Het OOTO (onderofficier tot officier) traject doet zijn intrede. Het Onderdeels Overleg Orgaan (OOO) wordt Medezeggenschaps Commissie (MC). Het streven vanaf het jaar 2000 is het behoud van mobiliteit, kwaliteit en welbevinden van het personeel en uiteraard zo mogelijk het verbeteren ervan. Als organisatie, het behoud van zelfstandigheid en identiteit.

 

De LO/Sportorganisatie is, net als de overige RVE’n, bedrijfsmatig ingericht. Dat betekent, missie, SWOT analyses, lange en korte termijn plannen, doelstellingen, productieplannen, deelplannen personeel, materiaal en infra, rapportages, evaluaties enz. Transparantie, kwaliteitsmetingen en het efficiënt kunnen toewijzen van de middelen, zijn de beoogde effecten. Binnen de organisatie is dat bijvoorbeeld ook van invloed op de bezetting van een sportgroep, onderlinge steunverleningen e.d. Het was soms moeilijk te begrijpen voor een C LO/Sportgroep dat hoewel het druk was op zijn LO/Sportgroep, hij toch personeel moest afstaan voor een groep waar het nog drukker was, of omdat het programma daar een hogere prioriteit had. Een gevleugelde uitspraak van Rob Zimmermann was “we moeten niet alleen de dingen goed doen, maar ook nagaan of we wel de goede dingen doen”. “Nee” verkopen aan de eigen eenheden was dan soms het gevolg en dat word je niet in dank afgenomen

De latere commandant Jan van den Dool heeft als commandant van de LO/Sportgroep in Schaarsbergen zich daar soms heftig tegen verzet.

Op het gebied van de Lichamelijke Oefening, Fysieke Training en Sport vindt verdere professionalisering plaats. Ook hier transparantie en een logische opbouw in programma’s en eisen. Militaire Basis Eisen, Fysieke Functie Eisen, Fysieke Inzetbaarheids Test (FIT) en Fysieke Inzetbaarheid van eenheden. De vrijblijvendheid bij het afleggen ervan wordt steeds minder. Naar de mening van kolonel Rommelse begint dat al bij veel commandanten die eerst op compagnies niveau en later op bataljons niveau zelf het belang van fysieke inzetbaarheid ervaren en ook aan den lijve ondervinden, zoals bij de Luchtmobiele Brigade. De lokale LO/Sportgroep speelt daarbij een belangrijke rol, zowel bij de advisering, de planning als de uitvoering. Ook tijdens uitzendingen vervult een LO/Sportgroep deze rol. Commandanten nemen die kennis en waardering mee als ze in hun carrière beleidsmaker of beslissers zijn. Persoonlijke ervaringen zijn dan waardevol.

De bijdrage van de sectie Trainingsgeneeskunde en Trainingsfysiologie op het gebied van de LO en FT is door de jaren heen van enorm belang geweest. Trainingsleer en programma’s, eisen, proeven en testen, blessurepreventie, protocollen, trainen bij extreme weersomstandigheden zijn daar een paar voorbeelden van. Kol Rommelse heeft in diverse functies met kol arts Frank Bertina en inspanningsfysioloog drs. Jos van Dijk samengewerkt en hun inbreng zeer gewaardeerd.

Verdere professionalisering zie je in deze periode op diverse gebieden. Materiedeskundigheid in het algemeen en op specifieke gebieden krijgt steeds meer invulling en effect. Het werken op hoogte (WOH) / Rotsklimmen is een geliefd en effectief middel in het kader van grensverlegging en vorming, maar ook als uitdaging en ontspanning. Er is een functie van kwaliteitsbewaker (KB) Rotsklimmen in de organisatie opgenomen, Aan de opleidingen en cursussen voor instructeurs worden hoge eisen gesteld. Ook de militaire zelfverdediging (MZV) krijgt een kwaliteitsbewaker en wordt verder ontwikkeld, in het bijzonder ook het vormingsaspect. Ook op infra en materiaal gebied zie je verdere professionalisering. Een logisch gevolg daarvan is dat er diverse functies in de organisatie zijn opgenomen, waarop geen LO/Sportpersoneel, maar logistiek geschoold personeel wordt geplaatst.

Vorming op zich krijgt een enorme impuls door het voornoemde symposium. In aanwezigheid van vele topfunctionarissen uit de Krijgsmacht wordt het belang ervan in opleiding en training, maar ook de mogelijkheden om het te verbeteren, uitstekend en inspirerend onder de aandacht gebracht.

Er zijn uit deze periode uiteraard nog veel meer belangrijke feiten en personen te vermelden.

De Megafestatie, die veel publiek trekt en waar veel LO/Sportpersoneel voor wordt ingezet. De Open Dagen van de KL. De Sportcommissie en de prima georganiseerde wedstrijden en evenementen. De nationale ploegen, waarvoor het steeds moeilijker wordt om deelnemers beschikbaar te krijgen. Het BIMS dat die ploegen ondersteunt. Topsporters die een aangepast contract krijgen binnen Defensie. In deze periode vinden ook de Militaire Wereld Spelen in Zagreb plaats. Een enorme happening.

Een gouden greep in ons bestaan is het opzetten van een organisatieblad. De Impuls was de voorloper van de Zandloper. Vooral nu de inhoud van alle Zandlopers op internet is te vinden, is het nalezen van al die artikelen een enorme verrijking voor het geheugen en de herkenning.

Een geschiedenisboek op zich.